In de bibliotheek van de historische vereniging is een aantal uitgebreide genealogieën aanwezig die zijn samengesteld voor het digitale tijdperk. De naslagwerken zijn in te zien in museum Palthehof tijdens de openingstijden, op dinsdagmorgen en zo nodig op afspraak op een ander moment in de week indien er goede argumenten zijn waarom u op die tijden niet kunt.

 

Nieuw

 

In het kwartaalblad (2016.4) is een artikel gewijd aan het pand Oosteinde 80: zijn geschiedenis en zijn bewoners. Daarbij ging het met name om de generaties van de bakkers Massier (vanaf 1905) en Bijker (1917 – 1987). In dit artikel gaan we dieper in op de geschiedenis van dit pand en dan met name op de eigendomssituatie en de kadastrale gegevens. We schetsen eerst de situatie tot 1905, het moment waarop Albertus Massier een deel van het perceel koopt waarop het pand Oosteinde 80 gebouwd is. In deze periode tot 1905 gaat het perceel over van een Zwolse grootgrondbezitter, via de familie Alteveer, naar de familie Huzen en vervolgens naar Massier en Bijker.

 

Startpunt van het onderzoek is de Kadastrale Atlas van Overijssel 1832 die uitgegeven is door Historisch Centrum Overijssel. In deze atlas staat aangegeven dat Albertus Sandberg zevenentwintig percelen in de gemeente Nieuwleusen in eigendom had waaronder het kadastrale perceel Sectie D nummer 454. Het was een weiland van 11ha00a50ca groot. Dat zal de plek worden waar later het pand Oosteinde 80 gebouwd wordt.

 

 Albertus Sandberg was een vooraanstaand advocaat die in Zwolle woonde. Hij is geboren op 1 december 1767 te Zwolle en op 6 maart 1843 te Zwolle overleden. Dat hij een invloedrijke man was blijkt uit het feit dat hij naast een aantal Provinciale functies in de periode 1828-1842 ook lid was van de Tweede Kamer.

Al de zevenentwintig percelen die eigendom waren van Albertus Sandberg worden genoemd in de kadastrale legger.

Ook het kadastrale perceel sectie D nummer 454 komt in deze legger voor. Als adres wordt Oosterbouwlanden aangegeven en het soort eigendom is weiland. Helaas wordt er geen verwijzing aangegeven naar het algemeen register der hypotheken. De grootte van het perceel is 11ha00a50ca en het belastbaar inkomen van het perceel is F. 66,03.

Albertus Sandberg had tien kinderen, 5 zonen en 5 dochters. De oudste dochter was Johanna Maria Magdalena Sandberg en is op 8 maart 1792 geboren te Zwolle. Op 18 november 1866 is Johanna Maria Magdalena te Zwolle overleden.

Johanna Maria Magdalena Sandberg trouwde op 20 juli 1815 te Zwolle met Coenraad Willem Schlingeman.

Coenraad Willem is geboren op 6 september 1778 te Zwolle en 9 april 1859 te Zwolle overleden. Op de huwelijksakte wordt als beroep voor Johanna Maria Magdalena ‘renteniersche’ aangegeven terwijl ‘koopman’ als beroep voor Coenraad Willem wordt aangegeven.

In een op 14 juli 1843 gepasseerde een akte van scheiding wordt aangegeven dat alle 27 percelen overgaan van vader op dochter. Er wordt hierop een nieuwe kadastrale legger gevormd op naam van Johanna Maria Magdalena Sandberg echtgenote van de Heer Coenraad Willem Schlingeman beroep wethouder met als woonplaats Zwolle.

Al de zevenentwintig percelen worden in deze kadastrale legger genoemd zo ook het kadastrale perceel sectie D nummer 454.

Als adres wordt Oosterbouwlanden aangegeven en het soort eigendom is weiland. De grootte van het perceel is 11ha00a50ca en het belastbaar inkomen van het perceel is F. 66,03.


Op 2 augustus 1848 wordt er in het Witte Paard te Nieuwleusen een veiling gehouden in opdracht van Albertus Schlingeman expediteur te Zwolle. Hij is gemachtigd door Johanna Maria Magdalena Sandberg zeventien percelen te veilen. Hij wordt geassisteerd door de eerder genoemde Coenraad Willem Schlingeman. Het kadastrale perceel 454 wordt gesplits in twee (vrijwel gelijke) delen en wordt als volgt omschreven:

  • De Oostelijke helft van een stuk grond het Koeland genaamd (in de akte het derde perceel genoemd), aan de Noordkant grenzend aan de Nieuwleusenerdijk, ten Oosten Jan Brouwer, ten Zuiden de Middeldijk en ten westen het zesde perceel. Dit deel van het perceel 454 is groot 5 bunder50roeden en 20 ellen.

  • Het westelijke deel van het perceel 454 wordt ook aangegeven als een stuk groen en veldgrond van het Koeland (het zesde perceel in de akte), met aan de Noordkant de Nieuwleusenerdijk als grens, ten Oosten het derde perceel, ten Zuiden de Middeldijk en ten westen Katoele. Dit perceel is 5 bunders 50 roeden en 25 ellen groot.

Van de toekomstige eigenaren van beide percelen wordt verwacht dat zij het onderhoud verrichten aan de “togtsloot” ten zuiden van de Nieuwleusenerdijk.

De scheiding tussen deze percelen moet een rechte lijn zijn die vanaf het midden van de Middeldijk naar de Nieuwleusenerdijk loopt. De kopers dienen er tevens voor te zorgen dat er een sloot wordt gegraven met een breedte van twee en een halve el op het maaiveld gemeten met een talud van “twee op een”.

Het Oostelijke perceel (derde perceel) van 454 is ingezet door Hendrik Alteveer op negen honderd gulden later heeft hij de inzet verhoogd met vijftig gulden. Dus Hendrik Alteveer heeft een bedrag geboden van negenhonderd en vijftig gulden.

Het Westelijk deel van 454 (zesde perceel) is ingezet door Hendrik van Duren voor een bedrag van duizend vijftig gulden.

Op 16 augustus 1848 ’s morgens om elf uur wederom een veiling in het Witte Paard van de eigenaresse de weduwe van Holten te Nieuwleusen met Meester Isaac Antoni van Roijen notaris te Zwolle. En wordt overgegaan tot de “eind verkoop” van de in proces-verbaal omschreven vaste goederen.

Het eerste perceel staat bij Hendrik Alteveer. Het tweede perceel staat bij Teunis Snijder.

Het derde perceel (het oostelijk deel van 454) staat bij Hendrik Alteveer voor het bedrag van negen honderd en vijftig gulden. Waarop dit bedrag nog is verhoogd door de heer de Koning met vijftig gulden. Vervolgens is dit bedrag verhoogd door Peter Alteveer met vijfentwintig gulden waardoor het geveild wordt voor totaal duizend vijfentwintig gulden.

Het vierde perceel staat bij Jacob Bijker, het vijfde perceel staat bij Jan Willem Nijhuis.

Het zesde perceel (het westelijk deel van 454) staat bij Derk van Duren voor een bedrag van duizend vijftig gulden. Dit bedrag is door Klaas Prins verhoogd met vijftig gulden. Dus wordt dit een totaal bedrag van elfhonderd gulden.

Zevende perceel staat bij de heer Gerrit de Koning, achtste perceel staat bij Jacob Bijker, negende perceel staat bij Klaas Prins, tiende perceel staat bij Harm Brouwer, elfde perceel staat bij Hendrik Schoemaker, twaalfde perceel staat bij Hendrik Schoemaker, dertiende perceel staat bij Koop van der Woude en veertiende perceel staat bij Lucas Portiek.

Uiteindelijk komt het hier op neer dat Peter Alteveer het oostelijk deel van het perceel D 454 koopt en dat perceel krijgt dan het kadastrale perceelnummer D880. Het westelijk deel krijgt het perceelnummer D 879 met als eigenaar Jacob Bijker.

Peter Alteveer heeft het perceel D880 wat weiland is met een oppervlakte van 5ha47a40ca.

De volgende eigenaar van dit weiland is Jan Schuurman die het op 19-10-1859 in eigendom krijgt. Jan Schuurman overlijdt op 16-10-1860. Hij was 63 jaar oud.

Op 19-07-1861 passeert er een akte van scheiding waarin Femmegien Alteveer, weduwe van Jan Schuurman het noordelijke deel van het Koeland (D880) als 15/16 deel van het hele perceel krijgt met een oppervlakte van 5ha13are20ca. De geschatte waarde was F. 1.340,00

Een stuk van 34are20ca, wat het zuidelijke deel van de Koelanden is, is voor een bedrag van F.60,00 ingeschat.

Het noordelijke perceel blijft in eigendom van Fennegien Alteveer en krijgt het kadastrale perceelnummer D942, het zuidelijke perceel D943 wordt eigendom van Hendrik van Duren.

Na het overlijden van Fennegien Alteveer op 30-06-1876 wordt op 10-04-1878 een akte van scheiding opgemaakt.

In deze akte wordt o.a. aangegeven dat een stuk weiland kadastraal bekend onder nummer D942 ten goede komt aan

Tonia Stolte weduwe van Arend Schuurman Janszoon. Arend Schuurman is 28-08-1877 op 35- jarige leeftijd te Nieuwleusen in wijk A nummer 10a overleden.

In 1881 vindt hier dus een splitsing van het kadastrale perceel D 942 plaats en dit wordt in het dienstjaar 1882 vastgelegd. D942 wordt gesplitst in twee percelen: D 1564 is het noordelijkste en grootste perceel. D1565 is een kleiner perceel en omvat het zuidelijke deel van D943

Op donderdag 22 maart 1894 in het huis van de gebroeders Stolte te Nieuwleusen worden de kadastrale percelen D1564, D1565 en D943 in vier gedeelten ingezet. De openbare verkoop vind plaats op 5 april 1894 op dezelfde locatie.

.

 

Er worden nog de nodige biedingen gedaan maar uiteindelijk staat het totaal van de vier gedeelten (de percelen D1564, D1565 en D943) op F 1.230,00. Dit bedrag wordt door Gerrit Huzen verhoogd met F 170,00 tot een totaal bedrag van F 1.400,00. Hij is daarmee de hoogste bieder.

Op dit moment in 1905 vinden we aansluiting bij de (bakkers-) generatie Massier die in het vorige nummer van het Kwartaalblad beschreven is. In 1915 blijkt er een winkelpand met een toonbank te zijn dat verkocht wordt aan de familie Bijker. Het kadastrale perceel D2354 wordt het adres Oosteinde 80. 

Op 25 februari 1905 verklaart Gerrit Huzen (of Huizen) dat hij de gronden, die hij in 1894 via een publieke veiling in handen heeft gekregen, verkoopt aan de 21 jarige Albertus Massier en aan Arend Huizen.

Aan Albertus Massier wordt de oostelijke helft van de kadastrale percelen D943, D1564 en D1565 verkocht. Het weiland, bouwland en heide is verkocht voor veertienhonderd en vijftig gulden.

Albertus Massier leent naar alle waarschijnlijkheid F 2.650 van zijn schoonvader tegen een rente van 4% per jaar.

Het huis met erf, bouwland en heide grond op het westelijk deel van de percelen D943, D1564 en D1565 wordt aan Arend Huizen verkocht eveneens voor veertienhonderd en vijftig gulden.

Door deze transactie worden de perceelnummers gewijzigd. De oostelijke percelen van Albertus Massier D943 wordt D2354, D1564 wordt D2356 en D1565 wordt D2358

De westelijke percelen van Arend Huizen D943 worden D2353, D1564 wordt D2355 en D1565 wordt D2357

 

Albertus Massier verkoopt het huis, erf, schuur en grasland kadastraal bekend met de nummers D2354, D2356 en D2358 aan Hendrik Jan Bijker op 18-12-1915. Bij de koop ingegrepen, en die zijn in de akte met name genoemd, het aanwezige winkelpand met toonbank. Aanvaarding 1 mei 1916. Hendrik Jan Bijker heeft zevenduizend en tien gulden voor de drie percelen betaald.

Hendrik Jan Bijker zal mei 1916 hier gaan wonen tot zijn overlijden op 15 april 1931. Hij was toen 64 jaar oud.

Na zijn overlijden worden de eigendommen overgeschreven op zijn vrouw Klaasje en de kinderen.

In 1933 wordt er een akte opgemaakt waarin Klaasje Bijker en haar kinderen verklaren dat ze willen overgaan tot “de scheiding en verdeling van de gemeenschappelijke boedel…etc.). Het komt hier op neer dat Arend Jan Bijker het huis, erf, schuur, tuin, gras- en bouwland kadastraal bekend Sectie D nummers 2356, 2358 en 2354 in eigendom krijgt.

Een voorwaarde in deze akte is dat Klaasje Bijker het recht heeft om in het noordoosten van het perceel D2354 een huis te bouwen naar haar eigen wensen. De bouwkosten zullen Klaasje Bijker en Arend Jan Bijker ieder voor de helft moeten betalen. Na het overlijden van Klaasje Bijker zal het huis in volle eigendom van Arend Jan Bijker komen.

Hij is geen vergoeding verschuldigd aan de andere erfgenamen van Klaasje Bijker. Het perceel D2354 blijkt uiteindelijk het adres Oosteinde 80 te worden.

De generaties Bijker op Oosteinde 80 zijn in het vorige nummer van het Kwartaalblad beschreven. Het gaat achtereenvolgens om Hendrik Jan, Arend Jan en Berend Bijker die op Oosteinde 80 het bakkersbedrijf uitoefenden.

Dus in 1933 wordt Arend Jan Bijker de eigenaar van Sectie D nummers 2356, 2358 en 2354.

Als in 1972 Arend Jan Bijker op 70 jarige leeftijd komt te overlijden worden de eigendommen overgeschreven naar Aaltje Katerberg weduwe van Arend Jan Bijker Janszn.

Na de ruilverkaveling vindt er een verandering van de kadastrale sectie en perceelnummers plaats.

De volgende eigenaar wordt Berend Bijker. Hij overleed op 20 mei 1987 in de leeftijd van 56 jaar.

Hierna wordt Arend Bouwman eigenaar van het perceel M559 met het huis, schuur en erf en het achterliggende perceel M703 wat als tuin is omschreven.

Hier eindigd voorlopig deze beschrijving van de familie Bijker.


Onderstaande beschreven artikelen zijn beschikbaar in de bibliotheek van het museum
 
Beltmans voorouders; schets van een nevelig verleden tot heden, anno 2001; samengesteld door G.W. Beltman, zoon van Klaas Beltman en Stientje Luten (Steenwijk, 1984. 4 ringbanden)
De samensteller begint bij 1749. In 1789 komt Jannes Beltman in beeld als echtgenoot van Hendrikje Borgman. Gerrit Willem Beltman, geboren te Dalfsen, overlijdt in 1920 te Nieuwleusen.
 
Bij het boek is een groot aantal bijlagen gevoegd met achtergrondinformatie over diverse uiteenlopende onderwerpen die in de genealogie door de schrijver zijn besproken. Ook wordt steeds een tijdbeeld geschetst met politieke en maatschappelijke gebeurtenissen, vooral rond Dalfsen en Ommen, waar een deel van de familie woonde.
 
Het Sok- en Luten Boek; samengesteld door G.W. Beltman, zoon van Klaas Beltman en Stientje Luten. (Steenwijk, 1982. 6 ringbanden)
 
Het Luten familieoverzicht begint met: Sander Jacobs Snoeck, ca. 1655, turfmaker. / Nelligje Luiten, gehuwd ca. 1685. Luite Simens (Sok) geb. ca. 1715.
Gerrit Luten (Sok) overlijdt in 1872 te Nieuwleusen. Hij is getrouwd met Annigje Dijk, overleden te Nieuwleusen 1848. Hun 7 kinderen zijn allemaal in Nieuwleusen geboren.
 
Bij het boek is een groot aantal bijlagen gevoegd met achtergrondinformatie over diverse uiteenlopende onderwerpen die in de genealogie door de schrijver zijn besproken. Ook wordt steeds een tijdbeeld geschetst met politieke en maatschappelijke gebeurtenissen, vooral rond Vollenhove  en Giethoorn, waar een deel van de familie woonde.
 
Van Holten via Zwolle naar Nieuwleusen; een genealogisch overzicht van de familie Van Holten (circa 1660 tot en met 1993; samengesteld door A. van Holten (Apeldoorn, 1994. 1 band, 46 blz.)
De eerste Van Holten die naar Nieuwleusen komt is: Hendrik Evert, (Dijkerhoek, 1735 – Nieuwleusen,1795) eigenaar van een timmerij, die hier in 1763 trouwt met Janna Gerrits.
 
Hendrik Kappert en andere kleine luyden; een familiegeschiednis door Hendrik Jan Klomp (Nieuwleusen, 1995. 1 band, 100 blz.)
De familiegeschiedenis van Kappert en Brinkman begint hier in Dalfsen op 8 mei 1701 met de doop van Jan, zoon van Jan Roelofs en Lysabeth Janssen.
 
Hofhorigen en Tempels; samengesteld door Hendrik Jan Klomp (Nieuwleusen, 1994. 1 band, 118 blz.)
In dit boek heeft Hendrik Jan Klomp de familiegeschiedenis van zijn echtgenote Derkje Hof uitgezocht, te beginnen bij Jan Klaas Hof en hun kinderen, waaronder Hendrik, gedoopt op 8 januari 1699. Vervolgens komt de familie Timmerman aan de beurt en de afkomst van de familie Tempelman.
 
Klompenvolk; een familiegeschiedenis; samengesteld door Hendrik Jan Klomp (Nieuwleusen, 1998. 1 band, 117 blz.)
Hendrik Jan Klomp begint zijn familiegeschiedenis met Berent Roelofs en Claessien Claes te Oosterveen en hun 4 kinderen, waarvan de oudste Aeltien geboren werd in 1671.
 
Het geslacht Massier en Mansier ; samengesteld door H.J. Mansier (Ruinen,omstreeks 1985.2 ringbanden) 
De schrijver stelt dat de Massiers rond 1650, ten tijde van de vervolging van de hugenoten, als vluchtelingen uit Frankrijk naar Nederland zijn gekomen.  De stamboom begint bij Jan Massier Peterzoon (1715). In Ommen is in 1835 Jan Mansier ingeschreven in de burgerlijke stand en door deze verschrijving komen in deze omgeving Massiers en Mansiers voor.
 
Stamboom familie Oosterveen; de voorouders van Sirak en Mini; samengesteld door G. Oosterveen (2003. 1 ringband)
De stamboom begint bij Steven Harms Mannen Oosterveen, boerenknecht, geb. Nieuwleusen (Dalfsen) 28 maart 1790, getrouwd met Margjen Klaassen, geb. Ruitenveen 4-10-1790.
 
Kroniek der familie Stroink; gericht op De Nieuwleusener tak; samengesteld door L.A. Stroink en G. Jonkers-Stroink. 1981 (Fotocopieën p. 175 t/m 259) 
Bernhardus Hermanus komt als timmerman naar Nieuwleusen, waar hij in 1837 trouwt met Willemina Snijder. Het is een sterk geslacht en Berend Jan (1843 – 1943) wordt zelfs 100 jaar.
 
Genealogie van de familie Westerman; samengesteld door R. Fokkert  (Nieuwleusen, 2010. 1 ringband)
De familiegeschiedenis begint met Marrigje Westerman, (1822 – 1878), dochter van Jan Westerman en Grietjen Hendriks Schoemaker. De verst bekende voorouders woonden in ‘het wester’, de omgeving van de Koedijk en het Westeinde. 
 
The Broek and Jonker families of Holland, Michigan and Provinces Overijssel and Groningen, samengesteld door dominee Dirk Broek; herzien en aangevuld door Albertus T. en John Y. Broek in 1913 en daarna in 1993 door Howard Windolph Broek. (Boek met 416 blz. Engelse tekst.)
Bevat de  familiegeschiedenis en geeft een schets van de samenleving waarbinnen deze zich afspeelt en de maatschappelijke veranderingen. 
 
Memoires van Aalt Spijker, uitgewerkt en van foto’s voorzien door zijn oudste zoon Jan van Spijker (Alphen aan den Rijn, 2007. 1 ringband)
Aalt van Spijker (Nieuwleusen 1927 – 2007) is een zoon van Koop van Spijker (Nieuwleusen, 1842 – 1917) en Janna van Dijk, (Nieuwleusen, 1856 – 1939). Koop van Spijker was directeur van de Coöperatieve winkelvereniging ‘Eendracht maakt macht’ en secretaris/penningmeester van de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij te Nieuwleusen.
Dit levensverhaal geeft een interessant tijdsbeeld van de jeugd van Aalt Spijker en de oorlogstijd in Nieuwleusen, militaire opleiding in de VS en militaire ervaringen in Nederlands Indië 1945 tot 1948 en zijn burgerloopbaan bij Siebrand en Douwe Egberts, tot 2003.
 
Militaire mijmeringen van G.W. Beltman over het tijdvak 17-08-1938 t/m 31-10-1973 (in Nederland en Nederlands Indië). 
17 ringbanden met krantenknipsels, foto’s, persoonlijke documenten en documenten van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers. 
 
Voor wie op internet er niet mee uit de voeten kan; in de bibliotheek zijn de overzichten in papieren edities van:
Overlijdens 1819 -1940 
Huwelijken 1809 – 1922
Doop- en geboorte data 1659 - 1810
Geboorten 1840 – 1913
Overlijdensadvertenties in alfabetische volgorde; 6 ringbanden.