“Meester Kapinga”: Net voor het einde van de Eerste Wereldoorlog werd meester Kapinga in 1918 benoemd als Hoofd van School A, aan het Oosteinde. Hoe leuk te lezen dat hij in een 1 aprilgrap trapte. “Een bijna deal”: briefkaartcorrespondentie die laat zien hoe in 1914 zuivelfabriek Onderling Belang probeerde het afzetgebied uit te breiden tot ver in Duitsland. “Jan Albert Vorschezang, een weeskind en zijn nazaten” vertelt over Jan Albert Vorschezang, die als elfjarig knechtje door de familie Palthe wordt meegenomen naar Nieuwleusen. Hij had al een armoedig leven achter de rug, want rond 1840 verbleef hij met zijn familie enige jaren in de kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen. “De Rute, woest en onbewoond land”: Vaak wordt 1434 genoemd als begin van het ontstaan van Nieuwleusen, maar daarvoor was er al sprake van het gebruik van “dat alige veen”, het gebied in en rond wat nu Ruitenveen is. In het artikel is de tekst opgenomen van de “Zwolse regesten; 1350-1450” voor zover die van toepassing zijn op het gebied.