Een belangrijk deel is gevuld met een artikel over “een oud schriftje”. Hierin werden omstreeks 1773 de eerste letters in geschreven. Hendrik Geerts (Schoemaker) was toen nog maar twaalf jaar en al wees. Hij schrijft er dan bijbelteksten in en een aantal jaren iets in over beloningen van werknemers zowel in geld als in natura en over werkzaamheden die werden uitgevoerd. Hij trouwt met Hilligje Egberts en met haar krijgt hij tien kinderen. In 1795 maakt Hendrik Geerts melding van Engelse huzaren in Nieuwleusen. In deze Franse tijd raken een stukje landelijke en plaatselijke geschiedenis elkaar. Nadat Hilligje na een huwelijk van ruim 32 jaar is overleden, trouwt Hendrik met de uit Duitsland afkomstige en bijna dertig jaar jongere Janna Kips. Het vermoeden bestaat dat dit via een buurman in Nieuwleusen is gebeurd, die als hannekemaaier vanuit Duitsland hier is blijven ‘hangen’. Uit grafologisch onderzoek is naar voren gekomen dat de schrijver een sterke man moet zijn geweest die aanzien genoot. Hij was zelfstandig en actief en verlangde dat ook van anderen. 

“Hermannus Zwijze” was een van de eerste onderwijzers aan de school in Ruitenveen. Wie hij was wordt in een artikel uit de doeken gedaan. Herinneringen uit de oorlog vormen het belangrijkste element in het artikel “Het kleine huis aan het Pad”. Dat de opgelegde verplichtingen niet altijd strikt werden nageleefd wordt in dat artikel duidelijk.