Het bestuur van de Historische Vereniging Ni'jluusn van vrogger heeft in een  brief aan het College van B&W en de raadsleden van de Gemeente Dalfsen haar  zorg uitgesproken over de ontwikkelingen rond de bomenkap aan de Jagtlusterallee.

De tekst luidt als volgt: 

Nieuwleusen, 31 mei 2017
 
 
Aan het College van B&W en Raadsleden van de Gemeente Dalfsen
Postbus 35 
7720 AA Dalfsen 
 
 
Geacht College van Burgemeester en Wethouders en raadsleden van de gemeente Dalfsen.
 
Als historische vereniging hebben wij ons tot nu toe afzijdig gehouden van de discussie rond de noodzakelijke boomkap langs de Jagtlusterallee. 
We deden dat omdat het college eerder heeft aangegeven dat er in de voorbereiding van de behandeling door de Raad onvoldoende naar de argumenten van de inspraakgroepen was gekeken. 
Omdat de tijdwinst bij 80 km over de weg van 3,5 km, met daarin twee rotondes en een gevaarlijke zijweg, heel minimaal is, vertrouwden wij erop dat er zeker voor de optie 60 km gekozen zou worden. 
Nu dat niet het geval dreigt te worden, willen we onze zorgen vanuit cultuurhistorisch oogpunt aan u voorleggen. Temeer ook omdat u ons eerder hebt gevraagd als historische vereniging aan te geven waarin Nieuwleusen aantrekkelijker voor de dag kan komen als het gaat om de leefbaarheid, het zelfbewustzijn ten opzichte van de eigen cultuurhistorische omgeving en het aantrekken van toerisme; meer naar buiten te treden, belangrijke accenten aan te geven en verbinding te zoeken met andere verenigingen en musea om een interessant toeristisch netwerk op te bouwen. 
Uitgedaagd door die vraag hebben wij ons ingezet om met de Union Rijwielfabriek-collectie het industrieel erfgoed op de kaart te zetten en daarop aansluitend de landschappelijke elementen te verbinden met de cultuurhistorie. 
Veel cultuurhistorische elementen zijn inmiddels al verdwenen; zo zijn de gebouwen en huizen in veenkoloniale stijl onherkenbaar verbouwd of afgebroken. 
Gelukkig is er een opleving naar authentiek bouwen te constateren bij de recente verbouwingen van boerderijen naar woonboerderijen. 
Het kale landschap van direct na de ruilverkaveling rond 1950 is inmiddels, ruim 60 jaar later, veranderd in een groene woonomgeving, die prachtig harmonieert met de veelal rietgedekte of van rode dakpannen voorziene (woon)boerderijen. 
We weten dus waar we het over hebben als er weer een kaalslag dreigt.
  
DE BOMEN VAN HET JAGTLUSTERALLEE ZIJN NIET VAN 1820, MAAR DUIDELIJK OUDER DAN ALLE ANDERE BOMEN IN DE WIJDE OMGEVING. ZE ZIJN DE ENIGE ZICHTBARE VERBINDING MET ONS OUD VERLEDEN EN MOETEN DAAROM GEKOESTERD WORDEN.Ontneem deze en de komende generatie die band met het verleden niet!
 
Bijzonder is dat de wegen in het hele gebied van Nieuwleusen nog exact op de plek liggen waar ze vanaf de eerste verveningen en het in cultuur brengen van de omgeving zijn aangelegd. 
Met de beschrijvingen die we maken van de historische betekenis van de omgeving maken we waar dat we Nieuwleusen; groene woonkern tussen Reest- en Vechtdal aantrekkelijk op de toeristische kaart kunnen zetten. 
Maar dan moet de gemeente ons een van de weinige historische pareltjes niet van die kaart vegen!!! Nu we de Jagtlusterlaan met oude bomen nog hebben moet die bovenmatig gekoesterd worden, omdat er nog maar zo weinig oude boompartijen in Nieuwleusen aanwezig zijn.
Het Palthebos en de Jagtlusterallee, met een klein stukje Ruitenveen, zijn de belangrijke plaatsen waar de natuur langer dan een generatie gespaard is gebleven. 
 
Huis Rollecate is al verdwenen, evenals de kalkovens die aan het kanaal stonden. 
Rond 1853 werkten er 3 tot 17 man. Alleen de naam “Kalkovenweg” op industrieterrein 
De Grift verwijst nog naar dit verleden. Spaar daarom zoveel mogelijk bomen langs de Jagtlusterallee, zodat de verbinding met het verleden niet helemaal wordt weggevaagd. 
Dan is er ook geen 1% regeling nodig om deze ingrijpende industriële inbreuk op het cultuurlandschap te compenseren.
 
Hoe belangrijk de Jagtlusterallee voor de geschiedenis van Nieuwleusen is, kunt u lezen in de bijlage.
 
We vertrouwen erop dat u mede op grond van onze cultuurhistorische beweegredenen uw voorgenomen besluit zult heroverwegen.
 
Met de meeste hoogachting, 
namens het bestuur van de Historische vereniging
Nijluusn van vrogger,
 
 G. Bartels-Martens, voorzitter
 
 
 
BIJLAGE:  Brief Jagtlusterallee 31 mei 2017.
 
Over de Jagtlusterallee is weinig bekend, maar uit onderstaande fragmenten komt wel duidelijk naar voren dat de allee nauw verbonden is met de ontwikkelingsgeschiedenis van deze omgeving en de geschiedenissen van de families Van Isselmuden en Van Dedem.
 
De heren van de Rutenberg waren markerichter van de Rosegaerder Marke, waaronder de marke de Rute met veel hooi- en weidegronden en ook veen. 
In 1405 krijgt de stad Zwolle er het recht van vrije turfwinning. Er werden weteringen gegraven naar het riviertje (gracht) de Hermelen of Hermelijn voor de afwatering van de veengronden en het vervoeren van turf. Omstreeks 1416 worden er boerderijen of hoeven gebouwd; “Die Hoeven” en “Die nederste hoeven”. Ze waren goed bereikbaar via de pas gegraven weteringen, die aansloten op de Steenwetering en de Stadt Grave. 
Als gevolg van ontginningen is er de buurschap Ruitenveen ontstaan.
Dit is het oudst bewoonde deel van Nieuwleusen. 
 
In 1639 wordt aan Joan van Isselmuden tot de Rollecate en Zwollingerkamp (1610-1671) als erfgenaam van de marke Leusen het perceel Jagtlust toegescheiden.
Hij laat er een spijker met een boerderij bouwen en legt een sterrenbos aan met ‘hoven’. Joans achterkleindochter, Theodora Judith Margrieta van Isselmuden (1706-1776) trouwt met Gijsbert van Dedem tot den Berg (1697-1762. Er is een laan aangelegd van het spijker naar havezate Den Berg bij Dalfsen (dat is nu de Van Dedemweg – het dorp Dalfsen was nog gering in omvang).
 
Vollenhove was een belangrijke stad met veel adellijke families, in het bezit van havezaten in de tijd dat men over een havezate moest beschikken om bestuurlijke functies te verwerven. De families Van Dedem en Van Isselmuden woonden er. De Van Dedems op de Rollecate, even buiten de stad, tot ze naar Den Berg bij Dalfsen verhuisden. 
Het goed van Alfer van Isselmuden was gelegen naast de Rollecate. Meer dan 100 jaren waren de Van Isselmudens elkaar opgevolgd als eigenaars en vaak ook als bewoners van deze statige havezathe, tot het jaar 1760.
Jan van Isselmuden, eigenaar van de Rollecate, reed op 17 december 1760 te paard door de Mastenbroeker polder, geraakte daar te water en verdronk. Hij was ongehuwd en daarom vererfde De Rollecate op zijn zuster Theodora Judith Margriet van Isselmuden, getrouwd met Gijsbert Willem van Dedem van Den Berg bij Dalfsen. Het zijn de grootouders van Willem Jan baron van Dedem. 
In 1809 begint mr. Willem Jan baron van Dedem (1776-1851) met de aanleg van het kanaal de Dedemsvaart, bedoeld voor het vervoeren van turf. 
Als Willem Jan van Dedem het door hem in Vollenhove geërfde huis Rollecate in 1820 afbreekt en in Den Hulst laat herbouwen, verbindt de Jagtlusterallee dit huis met het Jagtlust. 
Het landhuis was omgeven door een fraai aangelegd park. In museum Palthehof is daarvan nog een grote plattegrond aanwezig.
Baron van Dedem komt in geldnood en in 1826 wordt de provincie tijdelijk eigenaar van het kanaal. 
  
In 1828 koopt Van Dedem het kanaal terug. Waarschijnlijk probeert men daarna weer zelf meer geld vrij te maken en verkoopt daartoe het Jagtlust in 1833. 
 
VEILING JAGTLUST 1833.
Openbare verkoop in 22 percelen, met o.a: Herenhuis, bouwmanshuis, schuur, hooiberg, bomen en hoven. Weide-, hooi- en bouwlanden en twee erven, het binnenveld en de Meele met landerijen werden ook verkocht. De verkopers behouden het recht van jacht en visserij. Perceel 22 = “De allee langs het gehele goed vanaf de Meeleweg tot aan de dijk van Nieuwleusen (Westeinde) waarover de eigenaar van de Rollecate de vrije weg heeft.”
Derk Jans Neurink is een van de kopers. Hij is boer en onderwijzer van het schooltje bij het Jagtlust. Hij breekt het bouwvallige herenhuis af en gaat in het bouwhuis wonen. De Neurinkweg verwijst nog naar de schoolmeester. 
 
In 1835 koopt Van Dedem de allee met bijbehorende bomen en siertuinen terug van Neurink, maar die behoudt het bouwhuis en landerijen. 
Omdat er bij de Rollecate alleen bruin water uit de grond komt, heeft de baron bij de verkoop bedongen dat er dagelijks een emmer helder en schoon water uit de put van het Jagtlust mag worden gehaald.
Over het Jagtlust vonden we ook nog een zinnetje uit 1822, opgenomen in het boek van Wil Schackmann - De bedelaarskolonie: de Ommerschans, het eerste landelijke gesticht voor luilevende armen (Atlas Contact, 2016). “De slechte kerel of onderdirecteur moest van de Ommerschans af. 1822. (...) Hij wendt zich tot baron Van Dedem met de vraag of hij en zijn dochter tijdelijk in 'den ouden spieker de Jagtlust' bij Dalfsen mogen wonen. De Heer van Dedem was zoo vriendelijk en menschlievend.”